Talenprofiel van leerlingen

Waarom?

De meeste leerlingen groeien meertalig op. Ze gebruiken of ontwikkelen verschillende talen afhankelijk van de context of situatie waarin ze zich bevinden. Ook leerlingen die in een eentalig gezin opgroeien, kennen vaak al meerdere talen of gebruiken verschillende taalvariëteiten om zich uit te drukken volgens de situatie.

Aandacht besteden aan en openheid voor de talen van de leerlingen, zorgt ervoor dat:

  • je als leerkracht zicht krijgt op de taalvaardigheid van je leerlingen in al zijn aspecten
  • de leerlingen er hun taalbewustzijn door verhogen
  • de leerlingen zich erkend voelen in wie ze zijn
  • hun zelfvertrouwen toeneemt
  • ze hetgeen ze thuis leren durven meenemen naar school en zo gemakkelijker kunnen aansluiten

Hoe?

Er zijn verschillende hulpmiddelen om de talige achtergrond van je leerlingen te leren kennen. Wij bespreken er drie (alle downloads vind je in de tekst en onderaan de pagina):

© VGC - fotograaf Lander Loeckx
Talenpaspoort

Talenpaspoort

Het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (ERK)

Het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (ERK)

Interviews met leerlingen

Interviews met leerlingen

Het talenpaspoort

Een talenpaspoort maken is een gemakkelijke manier om zicht te krijgen op de talen die leerlingen actief en passief kennen (hun taalrepertoire). Zo kun je nagaan welke talen ze gebruiken, met wie en in welke context. Het talenpaspoort maakt tegelijk visueel duidelijk dat niet iedereen alles in elke taal kan of doet. Taalkennis is complex en er zijn grote individuele verschillen in gebruik.

Het talenpaspoort is een houvast om hierover met de leerlingen uit te wisselen en de onderlinge talige diversiteit bespreekbaar te maken.

Ontdek hoe je met de talenpaspoorten een taalbeeld van de klas opmaakt.

© VGC

‘Mijn talen’: een talenpaspoort voor de oudste kleuters en eerste graad lager onderwijs

Je kunt niet vroeg genoeg beginnen met alle talen van kleuters een plaats te geven, zichtbaar en bespreekbaar te maken.

Download hier het talenpaspoort 'Mijn talen' en vul het in met je leerlingen. Het is daarbij wel belangrijk dat de kleuter al onderscheid kan maken tussen de verschillende talen. Het hangt af van het ontwikkelingsproces van de kleuter of hij of zij daartoe in staat is. De meeste jonge kleuters kunnen dit nog niet en ook voor sommige oudere kleuters is dit nog moeilijk.

Omdat kleuters nog niet kunnen lezen en schrijven, moet je ze bij deze oefening goed begeleiden, bijvoorbeeld door kleine groepjes te maken of één-op-één.  Ook voor de leerlingen van het eerste en tweede leerjaar is het fijner om dit in kleine groepjes te doen. Bespreek nadien de verschillende resultaten.

Enkele tips bij het gebruik van het talenpaspoort in het kleuter en het lager onderwijs:

  • Laat de kleuters zelf de kleuren voor de verschillende talen kiezen. Dat vergroot de kans dat ze hun eigen talenpaspoort nog kunnen ‘lezen’ achteraf. De begeleider schrijft de talen voor hen op.
  • In het eerste en tweede leerjaar spreek je voor de meest voorkomende talen best een kleur af. Zo kun je achteraf de verschillende silhouetten vergelijken.
  • Doe deze activiteit als klasleerkracht samen met de kinderen. Dat leidt tot een boeiende interactie. Je komt onrechtstreeks ook heel wat te weten over de kinderen (kindkennis).
  • Spreek ouders aan om samen met hun kleuter een talenpaspoort te maken. Zo wordt taalgebruik bespreekbaar in het gezin en dat legt een brug tussen thuis en de school.

Terug naar boven

Talenpaspoort KO
© VGC

‘Mijn talenpaspoort’ voor het lager en secundair onderwijs

Een talenpaspoort opstellen verloopt volgens een vooraf bepaald aantal stappen. Op een groot blad (A3-formaat) bouw je een soort mindmap op met een vast kleurenstramien. Download hier het stappenplan ‘Mijn talenpaspoort’ (drie per blad).  

Enkele tips bij het gebruik van het talenpaspoort in het lager en secundair onderwijs:

  • In het eerste en tweede leerjaar gebruik je best het talenpaspoort voor de kleuters. Het is iets minder abstract en spreekt meer tot de verbeelding.

  • Hecht belang aan een ‘veilige’ situatie om het talenpaspoort op te stellen. Geef aan dat alle antwoorden goed zijn en benadruk de rijkdom van alle talen, zeker ook van de thuistalen die niet onmiddellijk op school gebruikt worden.

  • Door alle talen van de leerlingen een plaats te geven, geef je hen de kans om meer zichzelf te zijn op school en hun welbevinden te vergroten. Het biedt ook een hefboom om het Nederlands goed te leren en andere schoolse vaardigheden te ontwikkelen.

  • Om een boeiende interactie uit te lokken, helpt het om als leerkracht zelf mee te doen en je eigen talenpaspoort op te stellen. Zo hebben de leerlingen ook zicht op jouw taalrepertoire. Dat vergroot de openheid en brengt de uitwisseling erover gemakkelijker op gang.

Meer weten of enkele voorbeelden bekijken? Bekijk daarvoor deze activiteitenfiches.

Terug naar boven

Talenpaspoort LO en SO
© VGC

Het Europees Referentiekader (ERK)

Er bestaan verschillende instrumenten om na te gaan hoe taalvaardig je bent in een bepaalde taal. De Europese Commissie wil dat alle EU-burgers ten minste twee vreemde talen leren en daar op jonge leeftijd mee beginnen. Om hun taalvaardigheid te meten, beschikt Europa sinds 2001 over het Europees Referentiekader voor Moderne Vreemde Talen (ERK). Het ERK is een internationaal raamwerk dat de beheersingsniveaus van moderne vreemde talen vastlegt. Het beschrijft wat je in een vreemde taal precies moet kunnen om aan te tonen dat je deze taal op een bepaald niveau beheerst. Hieronder vind je de link naar twee websites over het ERK:

Terug naar boven

Interviews met leerlingen

Een uitstekende manier om je leerlingen en hun talige achtergronden beter te kennen, is een interview van hen afnemen. Ze kunnen daarin uitgebreid vertellen over wat het voor hen betekent om meertalig te zijn. Ook hun ervaringen op school en daarbuiten kunnen aan bod komen. Door naar hen te luisteren:

  • ontdek je de gelijkenissen en verschillen op het gebied van talen in je klasgroep;
  • achterhaal je hoe ze tegenover de schooltaal staan;
  • krijg je informatie over hun band met hun thuistaal/thuistalen.

Je kunt dit op verschillende manieren aanpakken, afhankelijk van het doel dat je wilt bereiken. Interviews afnemen vraagt veel tijd. Dat bepaalt mee voor welke aanpak je kiest.

Als je elke leerling interviewt, maak je de talige diversiteit in de klas zichtbaar. Als je de interviews ook opneemt, kun je die samen met de leerlingen bekijken en bespreken.

Is je doel het gesprek met de klas aan te gaan, dan kun je ook slechts enkele leerlingen interviewen. Met die interviews ga je dan in de klas aan de slag. Je bespreekt de verschillende standpunten en maakt eventueel nieuwe afspraken.

Benieuwd hoe je dat aanpakt? Bekijk de activiteitenfiche voor de lagere school of voor het secundair onderwijs.
 

© VGC - fotograaf Julie Landrieu

Soms doen scholen ook interviews met enkele leerlingen uit elke graad of elke klas. Dat levert rijk materiaal op. Vaak zie je evolutie in hoe anderstalige leerlingen tegen schooltaal en thuistaal aankijken. Oudere leerlingen staan vaak veel positiever tegenover de schooltaal dan jongere leerlingen. Het helpt de jongere leerlingen hun weerzin tegenover de schooltaal weg te nemen.

Als je slechts enkele leerlingen aan het woord laat, is het belangrijk om alle groepen in de klas een stem te geven. Kies niet alleen anderstalige leerlingen uit, maar praat ook met leerlingen die enkel Nederlands kennen. Hun verschillende achtergronden  geven aanleiding tot diepgaande besprekingen.

Voor kleuters en jongere leerlingen is het soms gemakkelijker om met hen over iets concreets in gesprek te gaan. Ze kunnen vertellen over een voorwerp dat ze van thuis meebrengen dat sterk gekoppeld is aan hun thuistaal.

Je vindt hier een overzicht van vragen die je leerlingen kunt stellen per onderwijsniveau. Je kunt ook leerlingen opnemen als ze hun talenpaspoort voorstellen. Dat levert gelijkaardig materiaal op.

Terug naar boven