Effectieve didactiek

Hoe zorg je voor effectieve lessen? Zes auteurs uit Nederland en België gingen op zoek naar wat werkt volgens wetenschappelijk onderzoek. Ze verbonden deze inzichten met de klaspraktijk en filterden twaalf instructieprincipes of 'bouwstenen'. In het boek ‘Wijze lessen: 12 bouwstenen voor effectieve didactiek’ geven ze uitleg bij de instructieprincipes. Ze verklaren vanuit wetenschappelijk onderzoek waarom die bouwstenen werken. Daarnaast verduidelijken ze via voorbeelden hoe je deze bouwstenen kunt toepassen in de klas. Het volledige boek kun je downloaden op www.ou.nl/web/wijze-lessen. Je vindt er ook extra voorbeelden, beeld- en videomateriaal.

In Brussel is meertaligheid de norm. De bouwstenen bieden ook een houvast voor een effectieve didactiek in die meertalige context. Ze hebben eveneens een positieve impact op de aanpak van het vreemdetalenonderwijs.

Hoe die bouwstenen werken in een meertalige context, staat hieronder op deze pagina globaal beschreven. 

Hoe gaat dat dan in de klas? Download hieronder een overzicht met concrete tips en voorbeelden per onderwijsniveau.

    © VGC - fotograaf Lander Loeckx

    Bouwsteen 1. Activeer relevante voorkennis

    Wat je al weet, bepaalt wat en hoe snel je leert. Nieuwe kennis hecht zich het beste vast aan de kennis die je al hebt. Geef waar kan de leerlingen een kapstok om nieuwe kennis aan op te hangen en te begrijpen.

    Meertalige kinderen hebben heel vaak voorkennis in een andere taal dan de schooltaal. Probeer aan te sluiten bij wat ze al kennen, in welke taal ook. Daarvoor heb je wat kennis nodig over

    • je leerlingen (kindkennis);
    • hoe je talen leert;
    • waar je informatie vindt over talen.

    Zelf hoef je uiteraard niet alle talen te kennen. In de vreemdetalenlessen zitten bovendien vaak kinderen voor wie die doeltaal geen vreemde taal is. Zet ook die voorkennis in.

     

    Terug naar boven

      Bouwsteen 2. Geef duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie

      Besteed voldoende tijd aan duidelijke, gestructureerde en uitdagende instructie. Door de doelen scherp te stellen voor jezelf, stem je de instructie beter af op wat je bij leerlingen wil zien. Je motiveert leerlingen door je instructie niet te vereenvoudigen, zodat ze er een uitdaging in zien. Meertalige kinderen hebben soms andere instructie nodig dan moedertaalsprekers. Zij hebben immers andere talige voorkennis. Om gerichte instructie te geven, heb je zelf inzicht nodig in de eigenaardigheden van de doeltaal. Concreet betekent dit dat je  kennis nodig hebt over het Nederlands als vreemde taal (NT2). Soms moet je vormelijke eigenschappen van de taal nadrukkelijk benoemen.

      Je helpt meertalige leerlingen met Nederlands leren

      • door je aanbod aan te passen, zonder te simplificeren;
      • door expliciete instructie te geven over aspecten die voor Nederlandstaligen vanzelfsprekend zijn.

      Datzelfde principe passen leerkrachten toe in de vreemdetalenles. Zij expliciteren de eigenaardigheden van de vreemde taal voor hun leerlingen.

      Bouwsteen 3. Gebruik voorbeelden

      Hoe goed je instructie ook is, soms kan één voorbeeld het verschil maken. Uitgewerkte voorbeelden maken een ingewikkelde uitleg soms overbodig.

      Grammatica en feedback op taal zijn ook sneller duidelijk via een voorbeeld dan via een ingewikkelde uitleg. Het maakt concreet wat je bedoelt. Zelf model staan (modeling) maakt ook duidelijk waar het over gaat.

      Bouwsteen 4. Combineer woord en beeld

      Leerlingen kunnen informatie die je tegelijk via woord en beeld aanbiedt gemakkelijker opslaan dan wanneer je alleen woorden gebruikt. Het is veel minder belastend bij het leren om het visuele en auditieve kanaal tegelijk in te zetten. Daardoor vindt de informatie gemakkelijker haar weg naar het langetermijngeheugen.

      Bij talen kun je onder meer met prenten extra ondersteuning bieden. Daarnaast ondersteunen audiovisueel materiaal, algoritmes en schema’s de talige input en wat de leerlingen over taal  moeten leren.

      Terug naar boven

      © VGC - fotograaf Lander Loeckx

      Bouwsteen 5. Laat leerstof actief verwerken

      Leerlingen die actief aan de slag gaan met de leerstof onthouden er veel meer van. De verwerking zorgt dat ze zich de leerstof eigen maken.

      Zeker voor het verwerven van talen is het belangrijk daarbij actief de taal te laten gebruiken. De leerlingen verankeren de leerstof samen met de taal die ze erbij nodig hebben. Dankzij interactie over de les en verwerkingsopdrachten ga je samen met de leerlingen na of ze de leerstof begrepen hebben. Zo ondervinden ze ook zelf of ze voldoende taal ter beschikking hebben om ermee aan de slag te gaan.

      Terug naar boven

      Bouwsteen 6. Achterhaal of de hele klas het begrepen heeft

      Als je de hele klas betrokken wil houden, moet je weten of iedereen mee is. Alleen zo hou je de focus op wat de leerlingen moeten leren.

      Taal vormt een extra barrière bij het leren in de klas. Sommige leerlingen haken af doordat ze de boodschap niet begrepen hebben. Anderen hebben de les wel begrepen, maar hebben nog niet voldoende taal opgepikt om die kennis in te zetten. In de meertalige context moet je die barrière overwinnen om voor effectieve kennisverwerving te zorgen.

      Bouwsteen 7. Ondersteun bij moeilijke opdrachten

      Leerlingen die een opdracht niet zelfstandig kunnen uitvoeren, hebben tijdelijk individuele en aanpasbare ondersteuning (scaffolds) nodig.

      Ook voor het talige aspect van de les zijn die scaffolds nodig. Scaffolds voor taal zijn evenzeer nodig buiten de taalles. Die scaffolds kunnen heel uiteenlopende vormen van ondersteuning zijn:

      • metalinguïstisch kennis opbouwen in de eigen taal,
      • andere talen inzetten,
      • woordenlijstjes aanleggen,
      • de context gebruiken, enz.

      Terug naar boven

      Brussel Vol Taal - logo
      © VGC

      Bouwsteen 8. Spreid oefening met leerstof in de tijd

      Om leerstof vast te zetten en vaardiger te worden in wat je leert, werkt het veel beter om oefeningen in de tijd te spreiden. Meerdere korte oefensessies hebben meer effect dan één lange oefensessie.

      Uiteraard is dit ook van toepassing op het leren van talen. Gespreide oefening en gespreid moeten ophalen van taal (en grammatica) zorgt voor een betere vastzetting. Wie een taal leert, ondervindt dat het niet altijd even eenvoudig is om het geleerde opnieuw op te halen uit zijn geheugen. Daar moeite voor moeten doen, zorgt ervoor dat het inslijpt... Enkel als je de taal regelmatig gebruikt in een betekenisvolle context, verwerf je de taal echt.

      Terug naar boven

      Bouwsteen 9. Zorg voor afwisseling in oefentypes

      Tijdens het oefenen, wissel je het beste de oefentypes af. De variëteit houdt het boeiend en leert leerlingen verschillende oplossingsstrategieën.

      Om talen goed te verwerven, is het belangrijk dat een heel deel van de kennis moeiteloos opgehaald kan worden om gemakkelijk betekenis over te brengen. Aandacht voor vorm is daarnaast ook van belang om je nauwkeurig te leren uitdrukken. Vanzelfsprekend is het nodig om beide aspecten te oefenen met verschillende types oefeningen. Wissel driloefeningen voldoende af met uitgewerkte toepassingen en taken die aan de vaardigheden werken.

      Bouwsteen 10. Gebruik toetsing als leer- en oefenstrategie

      Leerlingen versterken hun geheugen als ze er actief informatie uit ophalen. Deze retrieval practice breng je door (korte) toets- en testmomenten op gang.

      Om via taal betekenis over te brengen, moeten leerlingen heel wat tegelijk toepassen: ze moeten

      • vlot woorden ophalen uit hun geheugen,
      • vaste uitdrukkingen gepast gebruiken,
      • de juiste grammaticale vormen toepassen.

      Ook daarvoor helpt de retrieval practice. Je helpt de leerlingen door regelmatig testen in te bouwen die nagaan of ze daarin slagen. Zo onthouden ze beter en langer.

      Terug naar boven

      © VGC - fotograaf Lander Loeckx

      Bouwsteen 11. Geef feedback die leerlingen aan het denken zet

      Effectieve feedback geeft leerlingen houvast over hoe ze de leerdoelen kunnen bereiken. Het geeft hen informatie over waar ze staan in het leerproces. Zulke feedback zet hen aan het denken en lokt actie uit.

      Taal leren is complex en feedback geven is complex. Voor talen is het aangewezen om heel gericht aspecten uit te kiezen waarop je feedback wil geven. Hoe geef je bijvoorbeeld goed feedback op vormelijke fouten die leerlingen maken? Weeg goed af welke soort feedback het meeste leerwinst zal opleveren bij het vlot en accuraat leren van taal. Zowel bij te veel als te weinig feedback op hun taal, haken leerlingen af.

      Terug naar boven

      Bouwsteen 12. Leer je leerlingen effectief leren

      Hoe beter leerlingen zelf handvatten kunnen gebruiken om effectief te leren, hoe beter ze erin worden. Dat levert de meeste leerwinst op.

      Voor de meertalige omgeving bestaan er eveneens handvatten en leerstrategieën waardoor je leerlingen talen sneller en beter verwerven. Al die strategieën gelden voor alle talen. Alle leerlingen profiteren ervan, ongeacht de talen die ze kennen.