Wettelijk kader

Het vreemdetalenonderwijs is natuurlijk de evidente en meest voorkomende manier waarop scholen de leerlingen verschillende talen aanbieden. Daarnaast zijn er nog heel wat andere mogelijkheden. De regelgeving schrijft enkele krijtlijnen uit en legt de einddoelen vast (eindtermen en ontwikkelingsdoelen). De school bepaalt verder zelf de inhoud, de tijdsbesteding, de methodieken…

Welke regelgeving is er?

Allereerst is er de Onderwijstaalwet van 1963 (kort voor de “Wet houdende taalregeling in het onderwijs”). Die schrijft voor in welke talen officiële, erkende of gesubsidieerde scholen hun onderwijs moeten inrichten. Een school in het Brussels Hoofdstedelijk Gewest geeft ofwel les in het Frans, ofwel in het Nederlands. Kinderen die in Brussel wonen, kiezen of ze naar een Nederlandstalige of Franstalige school gaan. Het gezinshoofd heeft daarin vrije keuze.

De Onderwijstaalwet spreekt zich niet uit over het vreemdetalenonderwijs. Dat komt aan bod in de Vlaamse regelgeving:

Wat is mogelijk binnen de huidige regelgeving?

© VGC

Vreemdetalenonderwijs

Voorbeelden van vreemdetalenonderwijs zijn de lessen Frans, Engels, Duits, Spaans, etc. De Europese Unie en Raad van Europa pleiten er nadrukkelijk voor om twee vreemde talen aan te leren. Zo beheerst iedere achttienjarige Europeaan zijn moedertaal plus twee vreemde talen. De EU telt hierin de eigen thuistalen volwaardig mee. Brusselse scholen beschouwen echter de schooltaal gemakshalve als de moedertaal van de leerlingen. Nochtans is voor veel leerlingen het Nederlands eigenlijk een vreemde taal. De vreemdetalenlessen zorgen voor de bijkomende vreemde talen.

In het basisonderwijs is het Frans vanaf het vijfde leerjaar verplicht. In Brussel mag Frans, voorafgaand aan dit verplichte aanbod, aangeboden worden vanaf het eerste leerjaar. Naast de verplichte lessen Frans mogen basisscholen vanaf het derde leerjaar ook Duits en Engels aanbieden. Dit mag op voorwaarde dat de leerlingen voldoende het Nederlands beheersen. Scholen maken zelf die inschatting.

In het secundair onderwijs is, behalve in het beroepssecundair onderwijs, minstens één vreemde taal (Frans of Engels naar keuze) opgenomen in de basisvorming.

Bron: Omzendbrief ‘Onderwijsaanbod vreemde talen in het gewoon basisonderwijs’
Bron: Uitgangspunten - Onderwijsdoelen.be

Terug naar boven

Talensensibilisering

Talensensibilisering is het leren over talen, niet van talen. Voorbeelden van talensensibilisering zijn: liedjes zingen in verschillende talen in de kleuterklas, ingaan op een andere leesrichting in verschillende talen in de lagere school, meedoen aan de Europese dag van de talen in het secundair...

Talensensibilisering wordt omschreven als “via creatieve exploratie intuïtief wennen aan de tonaliteit en andere aspecten van meerdere vreemde talen. Talensensibilisering maakt kinderen gevoelig voor en bewust van het bestaan van een veelheid aan talen en van de verschillen daartussen, en daarmee culturen, in onze wereld en, dichterbij, in de eigen schoolomgeving.”

Bron: Omzendbrief ‘Onderwijsaanbod vreemde talen in het gewoon basisonderwijs’

Bekijk hier Brusselse praktijkvoorbeelden

Aandacht voor thuistalen

Heel wat scholen hebben aandacht voor de thuistaal van hun leerlingen. Ze ervaren dat ze er niet omheen kunnen. Anders moeten de leerlingen hun identiteit aan de schoolpoort achterlaten.

Door aandacht te besteden aan thuistalen, zetten de scholen de talenrijkdom en het talig repertoire van elke leerling in de leeromgeving in. Dat biedt bewezen voordelen voor het leren en het welbevinden van die leerling.

Voorbeelden hiervan zijn: voorlezen in de thuistaal, een talenpaspoort opstellen met de leerlingen, thuistalen toelaten tijdens vrije momenten en op de speelplaats, thuistalen gebruiken tijdens groepswerk…

Bekijk hier Brusselse praktijkvoorbeelden

Flexibel inzetten van taaluren binnen het curriculum

Voorbeelden hiervan zijn: Nederlandstalige kinderen krijgen een extra les Frans en anderstalige kinderen een extra les Nederlands, in de lessen Frans zijn er niveaugroepen, ...

Zowel in het basis- als secundair onderwijs laat de regelgeving scholen toe hun onderwijstraject flexibel te organiseren. Ze hebben heel wat vrijheid om de toegewezen uren in te zetten en uurroosters te bepalen. Bovendien groeperen scholen de leerlingen volledig autonoom.

Anderstalige leerlingen hebben vaak een betere basis voor het Frans. Ze hebben dus meer baat bij extra contacturen Nederlands. Nederlandstalige leerlingen hebben meestal meer baat bij extra uren Frans.

Bekijk hier Brusselse praktijkvoorbeelden

Meertalig naschools of extra-curriculair aanbod

Sommige scholen bieden buiten de schooluren activiteiten op school aan met het doel een taal (Nederlands of een vreemde taal) beter te verwerven. Die vinden plaats tijdens vrije momenten zoals de middagpauze of na schooltijd.

Voorbeelden hiervan zijn: naschoolse Engelse lessen voor leerlingen van de 2de en 3de graad lager onderwijs, naschoolse muzikale activiteiten die in het Frans worden gegeven.

Terug naar boven

Brussel Vol Taal - logo
© VGC

Taalinitiatie

Voorbeelden hiervan zijn: kleuters in de derde kleuterklas krijgen turnen in het Frans; Engels wordt aangeboden in de derde graad van de lagere school; Chinees als kennismaking in het secundair...

Taalinitiatie is “een aan formeel talenonderwijs voorafgaand aanbod van ‘talige activiteiten’. Soms kan het qua woordenschat al wat verder gaan dan een occasionele aanpak (tellen van dagen van de week, maanden, populaire aftelrijmpjes, …). Taalinitiatie is erop gericht om jongere kinderen in te wijden in één specifieke vreemde taal die later formeel wordt aangeleerd.”

Scholen die taalinitiatie organiseren, vullen dit in op verschillende manieren, mede door de afwijkende regelgeving in Brussel. In Brussel kan Frans aangeboden worden vanaf het eerste leerjaar, voorafgaand aan het verplicht aanbod vanaf het vijfde jaar lager onderwijs. In de rest van Vlaanderen is dat vanaf het derde leerjaar.

Er is een zichtbare verschuiving in de taalkeuze voor taalinitiatie: in het kleuteronderwijs wordt er in de eerste plaats gekozen voor het Frans, in het lager onderwijs komt daar aandacht voor Engels bij en in het secundair wordt de waaier ruimer met andere talen zoals Spaans en Chinees.

Bron: Omzendbrief ‘Onderwijsaanbod vreemde talen in het gewoon basisonderwijs’

Terug naar boven

STIMOB

STIMOB staat voor “stimulerend meertalig onderwijs in Brussel“. Het gaat om een vorm van taalonderwijs waarbij een deel van het curriculum in een andere taal dan de doeltaal wordt aangeboden, bij voorkeur maar niet noodzakelijk door een native speaker. De leerstof is herhaling of een variant van wat eerder werd gezien.

Voorbeelden hiervan zijn: een STIMOB-leerkracht geeft de leerstof in het Frans aan de ene helft van de klas, terwijl de reguliere klasleerkracht de andere helft van de klas dezelfde leerstof in het Nederlands aanbiedt. Nadien wordt er gewisseld.

In het Nederlandstalig onderwijs in Brussel zijn er een 10-tal scholen waar momenteel STIMOB loopt.

Bekijk hier Brusselse praktijkvoorbeelden

CLIL

CLIL staat voor Content and Language Integrated Learning en is een vorm van immersieonderwijs in het secundair. Het gaat om onderwijs van een niet-taalvak in een andere taal dan het Nederlands. Die ‘andere taal’ is in het Nederlandstalig onderwijs het Frans, Engels of Duits. Belangrijk is dat door te leren in een andere taal - de doeltaal - leerlingen competenties ontwikkelen in de doeltaal én in het vak, naast de kennis over die taal. Een CLIL-traject doet dus geen afbreuk aan de doelstellingen van het niet-taalvak.

Voorbeelden hiervan zijn: een leerkracht economie geeft zijn vak in het Frans, of een leerkracht Duits geeft esthetica in die taal.

Er zijn in het Nederlandstalig onderwijs in Brussel 4 officiële CLIL-scholen. Bekijk hier Brusselse praktijkvoorbeelden

Meer info over CLIL? Ga naar onderwijs.vlaanderen.be.

CRADLE

Enkele scholen in Brussel nemen deel aan het CRADLE-project. CRADLE staat voor Creating Activity Designed Language Learning Environments for Entrepreneurship Education. Het is een Erasmus+-project dat bedoeld is voor leerlingen tussen 8 en 12 jaar uit de lagere school. Het omvat thematisch lesgeven met ondernemerschapsvaardigheden gecombineerd met CLIL op een actieve en creatieve manier. 

Bekijk hier Brusselse praktijkvoorbeelden.
Meer info over CRADLE? Ga naar www.cradleproject.eu.

 

Meertalige projecten

Meertalige projecten zijn projecten van scholen die experimenteren met een vernieuwend talenaanbod. Voorbeelden hiervan zijn: uitwisselingen met Franstalige afdelingen, een school met een tweetalig pedagogisch project, samenwerkingen tussen de leerkrachten Nederlands en de leerkrachten vreemde talen, meertalige stages…

Opgelet: zonder meer een tweetalige school oprichten kan niet zomaar. Scholen zijn immers niet vrij in hun taalgebruik en moeten zich houden aan de Onderwijstaalwet van 1963 die voorschrijft in welke taal scholen alle algemene vakken moeten geven.

Immersieonderwijs, waarin een aantal vakken in een andere taal dan de officiële onderwijstaal worden aangeboden, is voorlopig wettelijk niet mogelijk in het Nederlandstalig basisonderwijs. Dankzij aanpakken als talensensibilisering, taalinitiatie en STIMOB, kunnen basisscholen leerlingen toch laten kennismaken met vreemde talen.

Bekijk hier Brusselse praktijkvoorbeelden

Terug naar boven

© VGC - fotograaf Julie Landrieu