Zo leer je een taal

Taalverwerving: hoe het werkt

Taalverwerving: hoe het werkt

Het belang van vorm

Het belang van vorm

Correctieve feedback

Correctieve feedback

Taalverwerving: hoe het werkt

Taalverwerving verloopt altijd volgens een vast, relatief eenvoudig stramien. Toch is de taalverwerving tegelijk een complex proces, omdat het nooit stopt. Het taalverwervingsproces is immers nooit afgewerkt. Zelfs volwassenen leren nog elke dag taal bij door datzelfde stramien telkens opnieuw te doorlopen.

Taal verwerf je in je omgeving: je hoort taal, gebruikt taal, je maakt onbewust hypotheses en stelt die bij. Die hypotheses kunnen zowel over de betekenis als over de vorm gaan.

  • Bv. Een kind noemt alle dieren met vier poten ‘hond’. Het leert gaandeweg welke dieren je precies als ‘hond’ benoemt en lijnt de betekenis beter af.
  • Bv. Taalleerders maken heel lang fouten tegen de werkwoordsvormen, zoals in ‘Ik breekte die stok’.

Je leert geleidelijk in de woordenstroom woorden isoleren, herkent vormen, gebruikt de taal zoals je denkt dat ze werkt. Je merkt wel eens aan reacties van je gesprekspartners dat je een vorm verkeerd gebruikt. Of je ervaart frustratie als je iets niet gezegd krijgt. Die ervaringen zorgen ervoor dat je je taal blijft bijstellen. Dit noemen we het taalleermechanisme. Download hier een bladwijzer (3 per blad) met een schematische voorstelling van het taalleermechanisme.

Het leren van een taal verloopt hierdoor grillig en geleidelijk. Een taalleerder maakt soms opnieuw fouten tegen vormen of structuren die al verworven leken. Dat komt doordat je voortdurend nieuwe hypotheses maakt of hypotheses bijstelt. Zo duiken bepaalde fouten af en toe opnieuw op.

Er zijn trouwens grote verschillen in het tempo waarmee taalleerders de taal verwerven. Sommigen ontdekken snel patronen in de taal en ontwikkelen sneller een metalinguïstisch bewustzijn. Dat betekent dat ze over de taal kunnen nadenken en praten. Bij anderen duurt dat langer. Toch zijn die verschillen meestal niet problematisch.

Taalleermechanisme-titel
© VGC

Drie taalgroeimiddelen

Het taalleermechanisme toont aan hoe je door het taalaanbod dat je krijgt onbewust hypotheses vormt en uitprobeert. Zo ondervind je bijvoorbeeld dat je over onvoldoende taal beschikt om uit te drukken wat je wilt zeggen. Of je merkt door feedback van je gesprekspartner dat je hypothese niet klopt. Die informatie gebruik je om het taalverwervingsproces opnieuw te doorlopen.

Vergroot op een vergelijkbare manier de taalvaardigheid van de taalleerder met de drie taalgroeimiddelen. 

Die taalgroeimiddelen zijn: taalaanbodtaalruimte en feedback.

 

© VGC - fotograaf Lander Loeckx

Taalaanbod

Je voorziet taalleerders van de nodige talige input.

Om er een echt groeimiddel van te maken, zorg je best voor:

  • Betrokkenheid: kies een onderwerp dat de leerders interesseert en dat ervoor zorgt dat ze openstaan voor jouw taalinput.
  • Begrijpelijkheid: vermijd te ingewikkelde taal. Bij te moeilijke taal komt de boodschap niet aan.
  • Boven niveau: zorg ervoor dat de taalleerder iets bijleert door bijvoorbeeld nieuwe woorden of zinsconstructies aan te reiken. Als de taal tegelijk begrijpelijk is, plaats je de leerder op die manier in de ‘zone van naaste ontwikkeling’.

 

Vooral in meertalige groepen of groepen met laag-taalvaardige kinderen zet je extra in op deze taalgroeimiddelen via een aangepast rijk taalaanbod, extra ruimte om te oefenen en duidelijke feedback. Ontdek hoe je die taalgroeimiddelen  in de klas inzet.

Bekijk hier hoe Brusselse scholen van de context gebruik maken om flexibel om te gaan met meertalige groepen.

Bronnen: 

Verhallen, M. en Walst, R. (2011). Taalontwikkeling op school. Bussum, Nederland: Uitgeverij Coutinho.

Terug naar boven

Taalruimte

Je biedt taalleerders de gelegenheid om taal te produceren en ermee te experimenteren.

Je maakt er een echt groeimiddel van door te zorgen voor:

  • Beurtruimte: zorg ervoor dat alle taalleerders, zeker de minder taalvaardige, de ruimte krijgen om aan het woord te komen en te blijven.
  • Onderwerpsruimte: ga in op het onderwerp dat de taalleerder aandraagt en bouw dit samen uit. Nodig taalleerders ook uit om op elkaar in te gaan.

Feedback

Je biedt taalleerders reacties op hun taaluitingen waardoor ze die kunnen verbeteren, uitbreiden en verfijnen.

Enkele vormen van goede feedback zijn:

  • Verbeteren: ga in op de correctheid van de inhoud of op fouten in de taalvorm.
  • Helpen verhelderen: zoek samen hoe je de boodschap duidelijker kunt verwoorden. Zeker als de leerder iets wil uitleggen dat net boven zijn taalniveau ligt, helpt samen verwoorden zijn taalontwikkeling.  Zo maak je van struikelblokken opstapjes om taal te leren.
  • Hertalen: parafraseer of vat samen wat er net gezegd werd.  Op die manier voelt de spreker zich gehoord. Je gaat immers verder op wat de taalleerder zelf aanreikt en tegelijkertijd geef je de correcte taalformulering. Nog een voordeel van deze feedbackvorm is dat de rest van de groep betrokken blijft bij het onderwerp.
  • Bevestigen: geef met verbale en non-verbale reacties aan dat je de boodschap begrijpt. Zo houd je het taalplezier vast en versterk je het gevoel van competentie.

Soorten vragen

Door goede vragen te stellen breng je kwaliteitsvolle interactie op gang of houd je een gesprek gaande. Op het continuüm tussen gesloten en open vragen, bevinden zich verschillende soorten vragen. Elke vraag lokt een ander soort antwoord uit. Welke soort vraag je gebruikt, hangt af van de omstandigheden. Kies de juiste vragen hier.

 

 

 

Terug naar boven

Soorten vragen

Het belang van vorm

Natuurlijke taalverwerving

Cruciaal voor een goede taalverwerving zijn

  • het aanbod,
  • de kans om zelf taal te produceren en ermee te experimenteren en
  • de feedback hierop.

Hierbij spelen zowel kwantitatieve als kwalitatieve factoren een rol. Hoe meer taal je krijgt aangeboden en hoe gevarieerder dat aanbod is, hoe meer taalkennis je verwerft. Daarnaast zorgen meer kansen om met taal aan de slag te gaan én meer kwalitatieve feedback, voor een betere verwerving.

Uiteraard helpt het om de leerlingen ook buiten de school(m)uren aan de doeltaal, het Nederlands, bloot te stellen. Dit is niet zo gemakkelijk in de Brusselse context. Brussel is een migratiestad die gekenmerkt wordt door een grote taaldiversiteit. Het is de tweede meest taaldiverse stad van de wereld. Dat betekent dat de leerlingen buiten de school niet vaak met het Nederlands in contact komen. De school is de eerste en belangrijkste plek om het Nederlands te verwerven. Ga dus voor de aanpak die hier beschreven staat. Die levert volgens onderzoek het grootste succes op.

Terug naar boven

© VGC

Op school: taal verwerven via betekenisvolle taken en aandacht voor vorm

Normaal gesproken is een taal leren een levenswerk. Je hebt immers alle tijd om te leren en te verfijnen. In de schoolse context verloopt de verwerving niet op deze ‘natuurlijke’ manier. Het aantal contacturen per dag is tenslotte beperkt en er zitten veel leerlingen in één klas. De momenten dat leerlingen aan het woord komen en feedback krijgen op wat ze zeggen zijn dus gering. De interactie verloopt meestal niet één-op-één. Daarom is het vooral nodig een betekenisvolle context te creëren in je klas, die de leerlingen uitnodigt om taal te gebruiken.

Dan nog blijven de interacties vaak te beperkt om op een natuurlijke manier vlotte taalgebruikers van de leerlingen te maken. Meestal volstaan ze om leerlingen taalvaardig te maken in alledaagse, communicatieve situaties. Nochtans is er meer nodig. Om verder te studeren of om een plaats te veroveren op de arbeidsmarkt, moeten ze de taal bovendien voldoende accuraat gebruiken. Hoe kun je vermijden dat leerlingen blijven steken in een onduidelijke tussentaal vol fouten?

Ontwikkel daarvoor een communicatieve, taakgerichte aanpak met aandacht voor vorm. Maak gebruik van expliciete instructie en correctieve feedback. Zo reik je de leerlingen middelen en strategieën aan die hen voldoende vertrouwen geven om de taal zorgvuldig te gebruiken. Zoek naar een evenwicht tussen aandacht voor de betekenis en aandacht voor de vorm van taal.

Bij effectieve didactiek vind je in het overzicht per onderwijsniveau verschillende voorbeelden van hoe je dat kunt aanpakken in de klas.

Bronnen:

Lightbown P. and Spada N. (2013). How languages are learned. Oxford University Press. Een basiswerk met inzichten over meertaligheid en onderwijs. Enkel in het Engels verkrijgbaar.

Terug naar boven

Correctieve feedback: hoe omgaan met de taalfouten van leerlingen?

Voor veel leerlingen in het Brussels Nederlandstalig onderwijs is Nederlands niet de thuistaal. Hierdoor maken ze regelmatig fouten in het Nederlands. Veel van die fouten lijken op fouten die je in een vreemdetalenklas tegenkomt. Dat is logisch, want voor de grote meerderheid van de leerlingen is de schooltaal Nederlands een vreemde taal. Toch moeten ze leren in die taal, zonder dat er nadrukkelijk aandacht gaat naar het leren van de taal.

De leerlingen krijgen vaak weinig feedback op hun fouten. Veel klasgenoten zijn net zomin Nederlandstalig en maken gelijkaardige fouten. Hierdoor verzanden ze in een tussentaal met fouten die ze bij elkaar niet opmerken.

Correctieve feedback geven op taalfouten is een manier om leerlingen accuraat Nederlands te leren. Lees er hier meer over.

Het Onderwijscentrum Brussel formuleerde op basis van onderzoek en praktijkvoorbeelden een visietekst met uitgangspunten over correctieve feedback. Hoe pak je dat het beste aan? Hoe zorg je ervoor dat je de spreekdurf niet ondermijnt? Download hier de uitgangspunten.

Bekijk hier hoe een Brusselse school ermee aan de slag ging. 

Voor de Brusselse scholen van het Nederlandstalig onderwijs organiseert het Onderwijscentrum Brussel een vorming over de kracht van correctieve feedback in taalverwerving.

Terug naar boven

© VGC - fotograaf Lander Loeckx